Ekoboerderij Arink

September 2019 – Een melkveehouderij die draait op de zon en wat regen, en oké, wat dieselolie op zijn tijd. Zo karakteriseert John Arink het biologische melkveebedrijf dat hij en zijn vrouw Liane hebben in Lievelde (Achterhoek). Ze melken er ongeveer 55 koeien van het Fries-Holland-ras, en gunnen er ook de pak hem beet 120 vaarzen en jonge stiertjes een dierwaardige tijd. Omdat de dieren opgeteld ruim 100 hectare onder de poten hebben, is Ekoboerderij Arink zelfvoorzienend. Zowel het kracht- als het ruwvoer komt van eigen land.

Van de melk wordt in eigen kaasmakerij een zachte witte schimmelkaas gemaakt die ze onder eigen naam in de markt zetten. Verder ontvangen ze regelmatig scholen, hebben ze een Biotel dat 10 mensen in 5 kamers een overnachting biedt. Ook heeft de Ekoboerderij een boerderijwinkel op het erf.

Hoewel nu biologisch gecertificeerd, boerde John tot 1989 nog een paar jaar gangbaar. Bij de bedrijfsovername kreeg hij een kudde Holstein-Friesians mee, dieren die met gebruik van veel externe inputs enorm veel melk gaven. “8.000 kilo per dier was toen al gewoon”, herinnert Arink zich.

Grote mineralenimport
Toen hij eind jaren ’80 het bedrijf van Gerrit Marsman in de Noordoostpolder bezocht, ging er bij hem een knop om. Hij concludeerde dat Nederland weliswaar een grote exporteur van landbouwproducten was, maar dat daar mineralentechnisch een enorm import tegenover stond. “Krachtvoer van de andere kant van de oceaan, fossiele energie in de vorm van kunstmest. Het was mijn kwartjesmoment, we besloten het anders te gaan doen.”

‘Anders’ betekende voor John en Liane biologisch, circulair, met minder krachtvoer en meer ruwvoer van eigen bodem. “En een andere koe, want de Holstein is niet zo geschikt voor biologisch.” De keuze viel op de Fries-Holland, een robuust ras dat op een rantsoen van alleen gras behoorlijk wat melk geeft.

Enorme vrijheid
Voor hen was de overstap naar een meer op kringlopen gestoelde bedrijfsvoering het beste wat ze ooit deden. John: “Het werken met de natuur en afscheid nemen van chemie, kunstmest en geïmporteerd krachtvoer gaf een enorme vrijheid. Je ontsnapt uit de macht van de multinationals en dat in combinatie met de keus om zelf vlees en zuivel te vermarkten, gaf me toen al het gevoel klaar te zijn voor de toekomst.”

Liane en John hebben circulariteit hoog in het vaandel staan. “Het is prettig om een systeem te hebben waarbij je produceert met grond waarop je boert. Voer van andere kant oceaan, maakt het systeem niet circulair. Ik denk dat dát is waar we naar toe moeten, een systeem zonder chemie dat volledig op de zon en wat regen draait. Mijn koeien weiden zelf, rijden zelf de mest uit en brengen ’s avonds de melk naar de tank. Wel minder dan een gangbare koe, maar wel puur op zonne-energie geproduceerd. En mijn tractor raak ik 8 maanden per jaar nauwelijks aan.”

Benut ingenieus systeem
Het natuurlijke systeem waarvan ook de Arinks gebruikmaken, is (in de woorden van John) “veel ingenieuzer dan we ons kunnen voorstellen. Neem alleen al de samenwerking van plantenwortels met schimmels via Mycorrhiza. Je bent zo veel minder kwetsbaar voor ziekten en plagen. Als je dat verstoort, schakel je het hele ecosysteem uit. Met chemie en kunstmest haal je zo op het oog een hoge productie, maar je teelt feitelijk op substraat. Dat kan nooit duurzaam worden.”

John en Liane Arink boeren op 100 hectare lichte zandgrond. Ze hebben zo’n 55 koeien aan de melk. Verder bieden de ondernemers ook al hun vrouwelijk en mannelijk jongvee (ongeveer 120 dieren) een waardig verblijf. Ze grazen op gronden van Natuurmonumenten, in een bufferzone voor het Korenburgerveen.

Humane stadsmest
Met deze geringe veedichtheid en een gift van iets meer dan 100 kg stikstof dierlijke mest per hectare, verbouwen ze voldoende om de dieren te voeren. “Het is een kringloop, waaruit we alleen melk en wat vlees onttrekken. Het nutriëntenverlies wordt aangevuld met een beetje natuurcompost. Eigenlijk zou ik 200 tot 300 ton zuivere humane stadsmest nodig hebben op mijn land, maar dat is nu niet reëel.” Verder kent de bedrijfsvoering van Arink geen ‘bodemvreemde activiteiten’, op een gift schelpenkalk na dan.

Vooral kort na de omschakeling naar biologisch, zag John de biodiversiteit boven en onder hun land enorm toenemen. “Binnen een paar jaar was het kruidenrijk. In het voorjaar is het hier geel van de paardenbloem, daarna wit van de klaver. Op een vierkante meter tellen we zo 10 soorten grassen en kruiden. Een enorm verschil met Engels raaigras.”

Medicinale kruiden
De kruiden zijn de smaakmaker van het gras, is Arinks ervaring. “Een groene weide oogt mooi, voor een leek dan, maar is totaal niet aantrekkelijk voor insecten. Kruiden wel, die trekken insecten en daarmee vogels aan.” Ook is de melkveehouder uit Lievelde overtuigd van de medicinale werking van kruiden. “Een koe weet wanneer ze wat moet eten. Zo zijn er momenten dat de smalle weegbree wordt gevreten, maar ook tijden waarin dat niet gebeurt.

John en Liane Arink en hun dieren hebben veel baat gehad bij de overstap naar een meer op de kringloop gestoelde, biologische bedrijfsvoering. “Onze dieren zijn al 10 jaar vrij van antibiotica en een stuk gezonder. Het celgetal van de melk zit rond de 130.000, een prima score voor een nul antibioticatoestand als je het mij vraagt.”

Verder is zijn veestapel inmiddels een stuk ouder, van gemiddeld 4 jaar en 3 maanden in 1989 naar 6 jaar en 8 maanden nu. En door gronden van Natuurmonumenten bij te pachten, kunnen ze nu ook zelf verantwoordelijkheid dragen voor hun jongvee.

Verder stelt John de flora en fauna in staat om zich te ontwikkelen en is zijn overtuiging dat een fossielarme bedrijfsvoering die draait op zon en af en toe wat regen, bijdraagt aan de gezondheid van de mens.

Gangbaar te goedkoop
Wat hem nog wel bezighoudt is de prijsstelling van biologisch. “Die is niet te hoog, de prijs voor gangbare producten zijn gewoon veel te laag”, klinkt hij overtuigend. “De verborgen kosten als vervuiling van ons water of de lucht, of kosten die we maken voor het behandelen van welvaartsziekten, zitten er bijvoorbeeld niet in.”

John is geïnterviewd door het team van de WINK, een project waarvan hij hoge verwachtingen heeft. “Ik heb gelukkig veel contact met collega-boeren, we leren veel van elkaar. Punt is wel dat er vaak geen panklare antwoorden zijn voor vraagstukken waar biologische boeren voor staan. Veel onderzoek is gericht op gangbare boeren. Een WINK-handboek, in wat voor vorm dan ook, dat veel data bevat, kan gunstig uitpakken voor mijn bedrijfsvoering. Er zijn vast veel slimme oplossingen voor mijn vragen.”

Wie

John en Liane Arink

Waar

Lievelde

Bedrijfskenmerken

Biolologisch melkveehouder, kaasmaker, Biotel

Omvang

55 koeien, 120 vaarzen/stiertjes op 100 ha (eigendom en pacht)

Markt

Deels eigen verwerking/verkoop