Zuuver

In Buurse, Twente, ligt in een kleinschalig landschap op 3,5 hectare het biologische gemengde bedrijf van Julia ter Huurne (35) en Joris ten Elsen (32). In 2015 hebben ze op een deel van haar ouderlijk bedrijf, dat Julia’s ouders tien jaar geleden staakten, een doorstart gemaakt. Zuuver maakt sindsdien een reis naar een zo duurzaam en natuurlijk mogelijke bedrijfsvoering. “We zijn continu onder weg naar ons ideale bedrijf, dat ook economisch rendabel is.”

Hoewel Julia dus van een boerderij komt, volgde ze aanvankelijk het advies van haar vader: ‘Word geen boer Julia, het is beter om te gaan studeren’. Zo kwam het dat ze, opgeleid tot docent, werkte op verschillende scholen van het basisonderwijs tot HBO. Maar nadat ze vastliep in het strakke onderwijssysteem, en zich verdiepte in ecologische pedagogiek en later permacultuur, kwam in 2015 het moment waarop ze met haar man Joris ging boeren. Ze doorstond de brede kritiek van de omliggende meer gangbare boeren (‘Dat gaat je nooit lukken zo’) en begon op haar geboortegrond met Zuuver.

Zelfvoorzienend
Hoewel ze startten op een boerderij, was het eigenlijk helemaal niet hun bedoeling om daadwerkelijk boer te worden. Wat ze wél wilden, is zelfvoorzienend zijn in hun voedsel. Julia’s vader, die zijn gronden inmiddels verpachtte, stelde een eerste halve hectare bos beschikbaar. Hierop hielden ze hun eerste 50 Barnevelder legkippen, wat vleeskippen en 2 Bonte Bentheimers. Rondom het huis verbouwden ze verder wat groenten en fruit, voor eigen gebruik.

Maar hun collega’s destijds genoten van hun verhalen en hadden ook wel oren naar hun kippen- en varkensvlees, eieren en de groenten. Op het moment dat er zo via-via steeds meer onbekenden op hun erf kwamen, was voor Julia en Joris de tijd rijp om stappen te zetten naar een meer professionele bedrijfsvoering.

Kippen als uitdaging
In de jaren die volgden, is het areaal dat ze van Julia’s vader huren gegroeid van 0,5 naar 3,5 hectare. Het bedrijf groeide. Nu lopen er op elk moment zo’n 250 leghennen rond en elke 10 weken worden er tussen de 200 en 400 vleeskuikens opgezet. Hoewel Julia en Joris al vier jaar onderweg zijn, blijven de kippen een lastig verhaal. Na de Barnevelders in 2015, hebben er onder meer hybride soorten rondgelopen. Nu houden ze Simpenbergher Boskippen. En hoewel de dieren een deel van hun voedsel in het bos bijeenscharrelen, is om de groei erin te houden bijvoeren nog hard nodig.

Verder houden ze ongeveer 20 Bonte Bentheimers. De biggen worden geboren in het kraamhok waarna de dieren gescheiden van de kippen, ook de weides en het bos in kunnen. “Al merk ik wel dat het steeds verplaatsen van de varkens veel tijd en geld kost”, erkent Julia. “We houden ze nu vaak op dezelfde plaats. In de zomer wordt gras gemaaid dat in de winter aan de varkens wordt gevoerd. Maar behalve het eten dat de dieren zelf bij elkaar scharrelen, moet ook nog voer worden ingekocht.”

De laatste en kleinste tak van sport, is de tuinbouw. Op zo’n 1500 vierkante meter verbouwen ze relatief eenvoudige gewassen als sla, prei, rode biet en peultjes. In haar ideaalplaatje ziet Julia hier zaadvaste rassen voor zicht, zodat inkoop van plant- en zaaigoed tot het verleden behoort. “Maar voor 2019 is gewoon weer een bestellijst naar Jongerius gegaan”, lacht ze. “Ik heb mijn idealisme even aan de kant gezet. Maar mijn klanten vinden dat niet zo erg. Ze gunnen het ons, vertrouwen ons in wat we doen.”

Verkoopkanalen divers
Aanvankelijk was er voor de klandizie alleen het winkeltje op het erf, maar de aanloop viel hen toch wat tegen. Als experiment stonden ze een tijdje op de streekmarkt in Delden, iets wat ze nu nog steeds eens per maand doen. De andere zaterdagen is het winkeltje op het eigen erf geopend. Ook kan er online besteld worden, waarna de producten met een code opgepikt kunnen worden in een fraai schuurtje aan de weg. Verder liggen hun producten bij de Ekoplaza in Enschede en andere delicatessen- en natuurvoedingswinkels. Bestellingen worden soms ook thuisbezorgd.

Het bedrijf is momenteel zo’n 3,5 hectare groot. Hiervan is ruim een hectare bos, bestemd voor de kippen en varkens. De dieren kunnen ook buiten het bos terecht, in de weides. Het idee daarbij is dat de dieren afwisselend op het grasland en in het bos verblijven, al hebben de kippen duidelijk een voorkeur voor het bos, merkt Julia. “Ook daarom maken we nu werk van beschutting biedende hagen met voor mens én dier eetbare struiken en bomen. Onze appelbomen staan erin. Vallen de appels eraf, dan zijn ze voor de dieren.”

Certificering als onderscheid
Omdat ze transparant produceren en hun klanten uitgebreid informeren over het reilen en zeilen van Zuuver, wilden ze aanvankelijk niet per se biologisch gecertificeerd zijn. Maar inmiddels zijn ze dat toch. Het waarom daarvan is vooral om onderscheidend te zijn ten opzichte van andere boeren in de buurt. Want vooral boeren op de streekmarkt geven in de ogen van Julia wel een creatieve draai aan het begrip ‘biologisch’. “Iedere ondernemer daar vertelt dat hij of zij biologisch werkt; iets dat niet zo is. Ik begon me daar zo aan te ergeren, dat ik toch besloot voor het certificaat te gaan. Je kunt als bedrijf nou eenmaal niet 95 procent biologisch werken. En klanten zien dat onderscheid gelukkig ook.”

De volgende stap is overigens ook BD Demeter gecertificeerd te zijn. Julia: “BD Demeter past naadloos bij onze visie op landbouw. Ook de groeiende klandizie uit Duitsland, hier even verderop, zweert erbij.”

Hun klantenbestand is groeiende, maar qua samenstelling wel aan veranderingen onderhevig. “In het begin zag je veel mensen met allergieën, of een andere ziektegeschiedenis. Toen kwamen er veel vegetarische mensen en nu weer jonge gezinnen; die zie je vooral op de boerderij.”

Voor Julia en Joris is het Zuuver van vandaag, zeker nog geen eindstation. Een bescheiden groei tot een hectare of vijf is niet ondenkbaar, en de zoektocht naar de ideale kip en de inrichting van het land blijft om hun aandacht vragen. Joris is er zeker van dat hun droom, een natuurlijk bedrijf dat zijn eigen broek ophoudt, haalbare kaart is. “En qua bedrijfsomzet kunnen we nog wel een slag slaan, denk ik.”

Het eigen wiel uitvinden
Julia en Joris proberen zoveel mogelijk zelf te doen. Dat dit niet altijd eenvoudig is, blijkt onder andere uit hun wens om zelf kippen te kunnen slachten. Toen ze net startten, was Uden de meest nabije plaats om bijvoorbeeld 50 dieren te slachten; qua afstand al ongewenst.
Julia heeft in die begintijd heel wat uren met de NVWA aan de telefoon gehangen. “Ik wilde gewoon duidelijk krijgen hoe het wel kan, dat zelf slachten. Duidelijk was dat we de dieren altijd moeten verdoven. De NVWA neigde aanvankelijk naar het voorschrijven van een apparaat dat precies registreert hoeveel ampères door een kip heen gaat, van 5.000 euro. Nu hebben we een verdoofapparaat van 500 euro, het slachten doen we gewoon zelf in de omgebouwde melkkamer.” Het mooie aan zelf slachten, stelt Julia, is dat je het op je eigen erf doet, zonder transport, en ook goed zicht hebt op het welzijn en de gezondheid van iedere kip, en de kwaliteit van het vlees.

 

Wie

Julia ter Huurne en Joris ten Elsen

Waar

Buurse

Bedrijfskenmerken

Leg- en vleeskippen en zelfstandige slacht, varkens, tuinbouw, fruit, eigen afzet

Omvang

3,5 hectare, 20 varkens, 250 legkippen, 400 vleeskippen, 1500 m2 groenten, fruit

Markt

Rechtstreeks aan de klant via webshop/ophaalpunt, winkel, markt

DE FILM