Geert van der Veer

Initiator en voorzitter , Herenboeren Nederland

Het WINK project

 

We willen met één of meerdere producten op een voor iedereen vrij toegankelijke manier antwoord geven op de vragen die er zijn in de praktijk, zowel bij boer en consument als bij organisaties in de omliggende schillen van voedselproductiesystemen. We richten ons daarbij op initiatieven die voedsel produceren op een ecologisch verantwoorde manier, dit noemen we natuurlijke landbouw.

Daarom is het WINK project gericht op het ontwikkelen van een informatiesysteem, hulpmiddel en/of naslagwerk voor de natuurboer en tegelijk een inkijk op, de meerwaarde van en mogelijkheid tot participatie in, deze manier van voedselproductie voor de consument. Dit informatiesysteem heeft het karakter van een kennis- en “reisgids” over de wezenlijke vraagstukken in de praktijk van het werken in natuurlijke voedselsystemen.

Aanpak

In de meeste onderzoeksprogramma’s is er van tevoren duidelijk wat er onderzocht gaat worden. In dit onderzoek weten we wat we willen onderzoeken met welk doel, maar de aanpak willen we voor een deel open houden, omdat we verwachten dat er onderweg allerlei nieuwe vragen naar voren komen, hetzij vanuit de eerdere onderzoekstappen, hetzij vanuit boer of betrokken partij. Ook is het onderwerp van dit onderzoek nog zo nieuw dat we niet goed kunnen hypothetiseren over de uitkomst, wat een vooraf vastgestelde methode ook nagenoeg onmogelijk maakt.

Voor Fase 1 is een concreet plan van aanpak geschreven, maar deze aanpak hangt ook af van het proces. Geïnspireerd door de processen van de natuur die zich aanpast naar de eindeloze omgevingsfactoren, staan wij ook open om het onderzoek zo aan te pakken als de omgeving en situatie van ons vraagt. We hebben de hoofdlijnen voor fase 2 ook helder, maar de concrete invulling wordt pas duidelijk aan het eind van de Fase 1.

We gaan als onderzoeksteam op reis en kijken wat we tegenkomen. Iedere wereldreiziger weet dat je de meest bijzondere plekjes tegenkomt op een reis die niet helemaal vooraf van a tot z is gepland, maar ruimte biedt om wat echt van waarde is te bekijken en onderzoeken. Dit is een metafoor voor het proces waar we in stappen.

Hieruit komen de volgende producten voort;

Het informatiesysteem

Het informatiesysteem wilden we aanvankelijk De Groene KWIN noemen. We denken echter dat de term KWIN de lading niet zal dekken en wellicht verkeerde associaties op zal roepen. Gedurende het onderzoek zal een passende naam bedacht worden voor het eindproduct, wat ook moet bijdragen aan het draagvlak voor het product.

In het informatiesysteem worden specifiek gegeven opgenomen die bijdragen aan het begrijpen van zowel ecologische processen als sociale en economische processen. Daarvan uitgaande zal het kengetallen en kwalitatieve informatie over bedrijfsprocessen en methoden bevatten die initiatiefnemers die willen beginnen of omschakelen naar natuurlijke landbouw, kunnen gebruiken om sneller, makkelijker, efficiënter van start te gaan. De initiatiefnemers hoeven niet weer opnieuw het wiel uit te vinden door gebruik te maken van de ervaringen van andere, al bestaande bedrijven, gecombineerd met wetenschappelijke inzichten en onderbouwingen. Het eindproduct kan een website zijn, een pool van experts, een boek, of een combinatie. Het medium zal tijdens het project bepaald worden, aangezien dit ook afhankelijk is van de informatie die erin komt te staan.

Het procesboek is onderdeel van het informatiesysteem, maar wordt apart genoemd. In dit deel wordt kennis en ervaring verzameld over de bedrijfsprocessen met hun risico- en succesfactoren en over de maatschappelijke processen op en rondom bestaande natuurlijke landbouw initiatieven. Het procesboek kan vergeleken worden met een certificeringshandboek voor bv HACCP. Het procesboek is dus allereerst een bedrijfsgebonden document, maar door syntheses te maken van de succesvolle processen en methodes kan een procesboek samengesteld worden waarmee andere ondernemers en betrokkenen op weg geholpen worden.

Een onderdeel van het informatiesysteem zal ook informatie voor de consument bevatten. Hoe we dit het best vorm kunnen geven willen we rechtstreeks bespreken met consumenten die al betrokken zijn bij voorbeeldinitiatieven die meewerken aan dit onderzoek.

De indicatoren die we vermoedelijk zullen onderzoeken zijn te zien in Bijlage B. Hier kan nog veranderingen in komen. De reden hiervoor is dat we de indicatoren en praktijkvragen waarover we gegevens verzamelen zullen bepalen in samenwerking met de betrokken voorbeeldinitiatieven. Dit wordt duidelijk in het plan van aanpak.

Duurzame monitoring

Bij alle gemonitorde initiatieven worden regelmatig metingen verricht aan de indicatoren die we aan het begin van het onderzoek bepalen in samenwerking met de voorbeeldinitiatieven. We stellen een gebruiksvriendelijke monitoringstool op die vrij toegankelijk is voor iedere natuurlijke landbouwer die wil monitoren en zijn gegevens wil delen. Hierdoor kan iedere initiatiefnemer zelfstandig een bijdrage leveren aan de dataverzameling.

In fase 1 zal de tool ontwikkeld worden en zullen er bij de betrokken initiatieven nulmetingen gedaan worden. Fase 2 van dit onderzoek is erop gericht om de betrokken initiatieven en een aantal net gestarte initiatieven gedurende een lange periode te volgen.

Kennisuitwisseling

We zullen ons ervoor inzetten om de opgedane kennis ook uit te zetten in onderwijsprogramma’s en praktijknetwerken. Het is de doelstelling om tijdens alle fases van het onderzoek stil te staan bij de vraag; ‘hoe krijgen we ons product zo breed mogelijk gedragen?’. Dit gebeurt onder andere via een klankbordgroep met partijen uit de praktijk.

Advies beleidsinnovatie en aanpassing wet- en regelgeving

Tijdens de inventarisatie en monitoring van de initiatieven wordt ook in kaart gebracht wat de knelpunten zijn op het gebied van wet- en regelgeving. Het is onderdeel van het onderzoek om hiervoor al zoveel mogelijk oplossingen te vinden gaandeweg het project, zowel in fase 1 als in de volgende fases. Dit betekent dat we regelmatig beleidsadviezen uit zullen brengen en waar nodig en mogelijk zullen bemiddelen tussen initiatiefnemers, overheden en andere stakeholders.

Bovendien maakt het in kaart brengen van processen met hun risico- en succesfactoren het mogelijk om hierop nieuw beleid te formuleren.